Bronstcyclus:
De bronstcyclus van de hond kan men in vier fasen indelen:
1 Anoestrus (duurt drie maanden):
Rustperiode, de vulvalippen zijn klein terwijl ze voor een groot deel bedekt worden door een huidplooi. De Tsjechoslowaakse Wolfhond heeft gemiddeld een iets kortere anoestrische periode dan andere rassen.
2 Pro-oestrus (negen dagen)
Deze fase wordt gekenmerkt door bloederige uitvloeiing uit de vulvaopening en door zwelling van de vulvalippen. De huidplooi trekt terug. De teef heeft neiging weg te willen lopen en trekt door specifieke reukstoffen reuen aan, maar is niet bereid een dekking toe te laten.
3 Oestrus (negen dagen)
De teef accepteert de reu. Tijdens de oestrus vindt de eisprong plaats. De bloederige uitvloeiing kan in de oestrus lang doorgaan, eindigt soms abrupt, maar neemt in de regel geleidelijk in de loop van de oestrus af.
4 Metoestrus (twee maanden)
De Metoestrus vangt aan op het moment dat de teef de reu niet meer wil accepteren. De zwelling van de vulvalippen gaat afnemen en er is geen uitvloeiing meer.
Dekking:
Elke fokker wil een dekking laten verlopen tot een nest gezonde pups. Maar dit gaat niet altijd zonder problemen of kleine complicaties. Het is ook nog maar de vraag of het teefje wel vruchtbaar is, en of ze dus wel puppy's kan krijgen. Wat erg belangrijk is, is het bepalen van het juiste dek tijdstip. Dit word gedaan door middel van progesteronbepaling. Hierdoor kun je zien wanneer de teef gedekt moet worden. Het beste is om met de teef naar de reu toe te gaan. Een teef kan snel territoriaal gedrag vertonen. Jonge teven moet je de tijd geven om te wennen aan de reu, voordat de dekking plaatsvind.
Dracht:
De draagtijd van een teef is 57-72 dagen, met een gemiddelde van 62 dagen. De hele drachtigheidsperiode speelt zich af vrijwel zonder uitwendig waarneembare verschijnselen. Behalve dat natuurlijk de baarmoeder in omvang toeneemt, is er, ook al is de dracht nog lang niet ten einde, met een zekere regelmaat elektrische activiteit van de baarmoederwand te meten. Deze gaat gepaard met samentrekking van de baarmoeder in zijn geheel. Het zijn echter geen weeën die uitdrijving van de vrucht beogen. Hormonaal gebeurt er tijdens de dracht en ter inleiding van de geboorte ook het een en ander.
- Progesteron is van belang voor het in stand houden van de dracht
- Oestradiol 17-Beta die vooral van belang is voor het tot stand komen van de eisprongen, is ook nodig bij de voorbereiding van het geboortekanaal op de geboorte.
- Prolactine zorgt voor het op gang komen van de melkdrift.
- Cortisol is vlak voor de geboorte vooral bij de vruchten in hoge concentratie aanwezig en speelt een belangrijke rol bij de geboorte.
- Oxytocine doet de baarmoeder samentrekken.
De versmelting van eicel en zaadcel vindt plaats in de eileider; 5-7 dagen later daalt de bevruchte eicel af in de baarmoeder, waar de innesteling van het embryo pas na 17-21 dagen plaats vindt. De vruchten zijn over beide baarmoederhoornen gelijk verdeeld. De vruchtblazen zijn vanaf 26 dagen duidelijk in de buik te voelen of met echografie zichtbaar te maken. Op een röntgenfoto zijn de foeten pas vanaf 45 dagen waarneembaar.
Normale geboorte:
Een teefje die voor de eerste keer gaat werpen, wordt tijdens de uitdrijving van de eerste pup erg nerveus. Uw hulp is dan nodig, omdat ze vaak niet goed weet wat ze moet doen. Bij de geboorte van de eerste pup moet meestal zo'n 15 tot 45 minuten geperst worden, voordat de pup geboren wordt. Meestal wordt een pup in kopligging geboren, maar stuitligging is ook heel normaal. De tijd die tussen de geboorte van de verschillende pups zit, is meestal zo'n 45 minuten. Als de teef vermoeid raakt, kan dit langer duren. Het kan ook zo zijn dat de teef een uurtje rust neemt, en daarna weer verder gaat met werpen. De placenta's worden in de meeste gevallen meteen met de pups afgedreven. Daarna bijt de teef de navelstreng door, en eet de placenta op. Als de teef de navelstreng zelf niet doorbijt, moet u zelf de navelstreng enkele centimeters van de buik af afbinden met een schone draad. Daarna kipt u hem af met een schone schaar (gedesinfecteerd).
De teef likt alle pups goed schoon, en stimuleert hiermee meteen de ademhaling van de pup. Wanneer de pup moeite heeft met het ademen, kunt u een paar druppels Respirot gebruiken om dit te stimuleren.
Geboorte problemen:
Wanneer een teef tussen de 55-58 dagen al gaat werpen, spreek je van vroeggeboorte. De levensvatbaarheid van een pup ontstaat namelijk pas rond de 59e dag. Het is namelijk zo; hoe groter de worp (aantal pups), hoe korter de draagtijd, hoe kleiner de worp hoe langer de draagtijd. Bij drie pups of minder is de kans op puppysterfte na 67 dagen dracht vergroot; dan is over het algemeen een keizersnee de oplossing.
Bij vier pups of meer geldt dit pas op de 70e dag. Deze normen gelden natuurlijk alleen maar indien de teef geen symptomen van een naderende bevalling vertoont. Ongeveer 20 uur voor de bevalling daalt de temperatuur een halve tot anderhalve graad en de teef gaat zich voorbereiden op de geboorte. De teef zal weinig eten, en vaak ontlasten en urineren; ze is onrustig en maakt graafbewegingen in het nest. Het is trouwens verstandig de teef al een paar weken voor de bevalling aan de werpruimte te laten wennen, waardoor ze tijdens het werpen rustig zal zijn.
Ontsluitingsfase:
Tijdens deze fase verliest de teef kleine beetjes vocht met soms wat bloed. De baarmoedermond wordt ontsloten. Deze fase duurt gemiddeld 12 uur, maar kan ook korter zijn.
Maak jouw eigen website met JouwWeb